Zwarte of Witte adelaar?

Momenteel ben ik bezig aan een rondje Polen via Berlijn en weer terug. Toegegeven, ik ben nooit zo’n vliegtuig- en afstandsheld geweest, maar deze range valt nog mooi binnen de comfortzone. En het Europese railpassysteem helpt gelukkig ook een aardig handje mee.

Al hou ik wel van reizen. Hoewel ik me de vraag al vaak gesteld heb waarom, en reizen me vaak zowel aan iets pervers als iets ongemakkelijks doet denken, blijft de slotsom positief. Maar wel op die manier zoals ik reizen het liefst definieer. Reizen voor mij is toch voornamelijk kijken en denken, mogelijk maar niet noodzakelijk met actie tot gevolg.

Met ondertussen zo’n 2000km spoor en tientallen stations -altijd een interessante sociologische omgeving- achter de kiezen, heb ik mijn eerste observaties al weer klaar.

En jongens, wat blijft Duitsland toch een stationair land! Geen enkel systeem wérkt er nog, van tickets kopen aan een automaat tot het gebruik van een app, niks marcheert zoals het hoort en alles en overal is er met cash te betalen. En de beton- en industrievlaktes mogen dan nog wel evenveel vierkante kilometers innemen als tijdens de wunderjaren ‘70 van vorige eeuw, ze zijn nóg lelijker en grauwer geworden dan voorheen. Werkelijk iedereen loopt op straat met de neus naar de schoenen gericht. Is hier nog wel érgens hoop te rapen eigenlijk?

Al blijft Berlijn – waar buitenbeentjes thuis zijn- gelukkig de vreemde eend in de bijt, het lijkt de Duitsers echt niet zo voor de wind te gaan. De belangrijkste verandering die het land in 2 jaren schijnt doorgemaakt te hebben is de aanwezigheid van militairen in het straatbeeld. Nu ja, militairen… in de stations krioelt het alleszins van de jonge rekruten die in hun camouflagekledij staan te paffen en kebab lopen schranzen. Op z’n zachtst gezegd zien ze er nog niet bepaald afgetraind uit, maar de Trendwende is ingezet en tegen 2031 zal de Bundeswehr opnieuw een 203.000-tal inzetbare militairen hebben. De hedendaagse oorlogsvoering indachtig, kunnen we maar hopen dat die drones tegen dan wél vlot van de band rollen in Wolfsburg…

Schril contract met Polen als je mij vraagt. De economische groei die het land sinds de jaren 2000 onafgebroken realiseert, begint z’n vruchten af te werpen. Nieuwe wijken schieten als paddestoelen uit de grond, gigantische investeringen in openbaar domein, openbaar vervoer en luchtvaart zetten de toon en stilaan begint het land ook letterlijk kleur – een gezonde blos- te krijgen. Hier staan de neuzen zeker en vast tegen de wind in en omhoog.

Mensen vragen me wel eens hoe het zit met die institutionele crisis in Polen. De liberale Tusk wordt immers nog steeds het leven zuur gemaakt door de oerconservatieve PiS, en ja, de verschillen tussen het platteland en de steden blijven groot, maar vanuit een Hegeliaans perspectief bekeken is de Pool en is Polen weldegelijk naar de Aufhebung aan het het evolueren. Moeilijk begrip, ik weet het, laten we het erop houden dat het land zijn lotsbestemming kent en eensgezind en in de pas naar haar onvermijdelijke eindpunt marcheert: dat van een trotse, zelfbewuste en welvarende natie.

In Gdansk is het balanceren tussen kitch en authenticiteit, maar de restaurants zitten er vol en het deert de Pool niet. “Glaasje natuurlijke trebbiano? 67 Zloty graag!“, “Liever een stuk Black Angus van 450gr? Grillen die handel!”.

Die Polen, ik zie ze graag bezig. Intelligent, koppig en wroeten als beesten. Niks zal de lotsbestemming van deze natie nog in de weg staan, geen Rus, geen Duits, geen Moskou, geen Berlijn en zeker geen Brussel. Met Parijs schijnt het dan wel weer wat beter te boteren. Niet alleen marcheren daar wél fitte soldaten doorheen de straten, met het verdrag van Nancy (2025) verzekerden de Polen zich van de nucleaire paraplu van de Fransen in ruil voor fitte infanterie en wat extra investeringen in duikboten en ander militair materieel.

Jazeker, de Witte Adelaar is terug van weggeweest. Sterker zelfs, hij staat niet alleen klaar om een oogje in het zeil te houden boven Europa, hij is ook klaar om de richting waarheen het continent moet vliegen mee aan te geven. En de Zwarte Adelaar? Die bungelt achteraan het peloton, op zoek naar zijn identiteit en zijn toekomst. Is het daarmee volledig afgelopen voor de Duitsers? Moeilijk te zeggen, maar heel rooskleurig oogt het toch niet. Op die vraag probeer ik mijn volgende post overigens een antwoord te formuleren. Tot snel!

Gdansk, april 2026. Nieuw, proper, tikkeltje kitcherig en bovenal zelfbewust.

Plaats een reactie